Blijf in Gods waarheid

Kijk uit voor 2 gevaren van deze tijd


Veel christenen beseffen niet of nauwelijks dat Gods oordeel niet begint bij de mensen van deze wereld, maar bij de mensen die God toebehoren. Petrus verkondigde de christenen uit zijn tijd: Want de tijd is gekomen dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal dan het einde zijn van hen die ongehoorzaam zijn aan het evangelie van God? (Zie 1 Petrus 4:17.) Deze woorden zijn vandaag nog net zo actueel voor de Kerk in het Westen vandaag!

God oordeelt ons naar de mate van licht (oftewel ‘openbaring’) die we hebben ontvangen. Jezus zei tegen de Joden in Zijn tijd dat hun oordeel nog zwaarder zou uitvallen dan dat over Sodom en Gomorra, omdat zij een veel grotere openbaring hadden ontvangen van de waarheid (zie Mattheüs 11:2-24).

Dit geldt voor het grootste deel van de Westerse wereld in deze tijd. Weinig andere samenlevingen hebben zoveel toegang gehad tot het Woord van God, als de Verenigde Staten en Europa. Door cultuur en traditie, door kerken en door evangelisten, door radio en televisie en door het gedrukte woord, is de hedendaagse Westerse wereld sinds eeuwenlang in veel opzichten rijker gezegend met kennis van Gods waarheid dan alle andere werelddelen. Dit geldt in het bijzonder voor ons, als belijdende Kerk van Jezus Christus. Het oordeel over ons, vanwege onze ongehoorzaamheid aan Gods Woord van waarheid, zal navenant streng zijn.

Van de vele zonden die over de hedendaagse Kerk benoemd zouden kunnen worden, steken er twee met kop en schouders boven de andere uit: materialisme en compromis. Deze twee zonden wil ik verder toelichten, te beginnen met materialisme.

De dagen van Noach en Lot

Er staan twee samenlevingen opgetekend in de Bijbel waarover Gods oordeel beschreven wordt en waarover Jezus in Lukas 17 het volgende zegt: En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen (de dagen voorafgaand aan Jezus’ wederkomst) (vers 26). En in vers 28: Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. (vers 30)

Als je in het boek Genesis de beschrijving van de tijd van Noach gaat bekijken, kun je verschillende kenmerken vinden zoals:

  • grote invloed en infiltratie vanuit de occulte wereld
  • corruptie van het gedachteleven
  • toenemende onrechtvaardigheid en geweldsmisdrijven
  • seksuele corruptie en perversiteit

In het verhaal van Lot vinden we de volgende kenmerken:

  • onnatuurlijke seksuele relaties, openlijk, agressief en gewelddadig, zowel onder jongeren als onder de ouderen
  • het negeren van de algemene, geaccepteerde normen en waarden, en dus taboedoorbrekend.

Op basis van het voorgaande denken veel mensen dat de belangrijkste zonde van Sodom homoseksualiteit was, maar dat is niet waar God deze stad in de eerste plaats voor aanklaagt. Ezechiël 16 vergelijkt Jeruzalem met Sodom, en dit is wat de Heer zegt: Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: in trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters (dat zijn de bevriende steden) zonder de ellendige en de arme te ondersteunen. (Ezechiël 16:49, NBG)

Hier wordt helemaal geen melding gemaakt van homoseksualiteit. Daarmee zeg ik niet dat God onverschillig staat tegenover homoseksualiteit. Maar volgens deze tekst was de zonde van Sodom trots, overdaad, zorgeloze rust en het niet ondersteunen van de ellendige en de arme. Is dit herkenbaar voor onze samenleving vandaag?

Het probleem van de samenlevingen van Noach en Lot

Nu gaan we naar het gedeelte waar Jezus de samenlevingen van Noach en Lot aanhaalt:

Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Mattheüs 24:37-39)

In Lukas wordt dit ook beschreven, en ook hier wordt de samenleving van Lot genoemd:

Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Lukas 17:27-28)

Jezus noemt hier niet de kenmerken die we hebben gezien en die we misschien zouden verwachten in deze context: verderfelijkheid, occultisme, seksuele perversiteit, enz. De acht specifieke activiteiten van die dagen en die samenleving die Jezus noemt zijn echter: eten, drinken, ten huwelijk nemen en ten huwelijk geven, kopen en verkopen, bouwen en planten. Toch is er niets heel specifiek zondigs aan deze activiteiten. Wat was dan het probleem?

Het probleem was dat de mensen zo in beslag genomen werden door deze alledaagse dingen – gericht op het leven hier en nu -, dat ze zich niet realiseerden in wat voor tijd zij leefden. Dit probleem zou ik met één woord willen samenvatten: materialisme. Ze werden zo in beslag genomen door het materiële – door het leven hier en nu - dat zij geen idee of begrip meer hadden van de geestelijke en eeuwige dingen. Ze waren zich volstrekt niet bewust van Gods naderende oordeel over hun vleselijke levensstijl. En toen Gods oordeel erover kwam, waren ze totaal niet voorbereid.

Hoeveel materialisme is er vandaag in de wereld? Ik zou willen stellen dat de hele Westerse beschaving ermee verweven is geraakt, en de Kerk is daar zeer zeker niet van uitgesloten. Er zijn talloze praktiserende christenen die in hun hart net zo materialistisch zijn als ongelovigen. Misschien is het wat minder zichtbaar – het is misschien niet zo opvallend in hun leefstijl. Maar ze worden volledig in beslag genomen door materialisme. Jezus waarschuwt ons dat als we in de put van het materialisme getrokken worden, we niet klaar zullen zijn voor Zijn komst. We bevinden ons dan in dezelfde categorie als de mensen in de dagen van Noach en Lot.

De dorens

In Mattheüs 13 vertelt Jezus de gelijkenis van de zaaier. Ook in deze gelijkenis vinden we deze zelfde waarschuwing terug.

Een deel van het zaad valt op de dorens: Een ander deel viel op de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het. (vers 7) In vers 22 legt Jezus de betekenis van de dorens uit en zegt over deze groep mensen: En bij wie in de dorens gezaaid is; dat is hij die het Woord hoort; maar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar. Jezus schetst hier een groep mensen bij wie hun geloof beproefd wordt door wereldse rijkdommen en (de bijhorende?) zorgen. De druk van populariteit onder de mensen en materieel succes verstikken de waarheid van God die ze hebben ontvangen, zodat deze uiteindelijk nauwelijks invloed meer heeft op hun leven. In plaats van te veranderen naar het beeld van Christus, worden ze gelijkvormig aan de ongelovige wereld om hen heen, die Jezus verwerpt.

Het voorbeeld van Mozes

Salomo zegt: de zorgeloze rust van de dwazen zal hen ombrengen (Spreuken 1:32). Tragisch genoeg behoorde Salomo zelf tot deze laatste categorie. Ondanks alle wijsheid die God hem geschonken had, maakten zijn heidense vrouwen uiteindelijk een dwaas van hem.

In Mozes zien we juist een man die deze beproeving glorieus doorstond. Gedurende veertig jaar genoot hij overdadige weelde en luxe aan het Egyptische hof en was hij de potentiële troonopvolger van Farao. Maar toen hij volwassen was geworden, keerde hij alle comfort de rug toe en koos het pad van de eenzaamheid en ogenschijnlijk falen. Dit staat helder beschreven in Hebreeën 11:24-25:

Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben.

De daarop volgende veertig jaar doorstond Mozes een andere beproeving: de beproeving van pijn en verdriet. Hij was uit zijn volk verbannen, een onbetekenend iemand geworden in de ogen van de wereld, die een schaapskudde hoedde voor zijn schoonvader, ergens weggestopt in de eenzaamheid van een verre woestijn.

Toch, toen Mozes uiteindelijk op tachtigjarige leeftijd deze beide proeven had doorstaan, kwam hij tevoorschijn als de door God aangestelde bevrijder en leider van Zijn volk. Wat een treffend voorbeeld van de woorden uit Jakobus 1:4: Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.

Compromis

De eerste zonde of beproeving die we nu besproken hebben is materialisme, ‘de zorgen en de rijkdommen van deze wereld’. De tweede zonde of beproeving die heel kenmerkend is voor onze Westerse samenleving, en die ook in de Kerk zeker wordt aangetroffen, is compromis. Net als materialisme, wordt ook de zonde van compromis vaak niet herkend, of blijft ze onopgemerkt. Op een bepaald moment in mijn bediening kreeg ik in mijn gebedstijd duidelijk herkenbaar het beeld voor me van het interieur van een moderne kerk, met rijen zittingen of banken, een podium, een katheder of preekgestoelte, een piano, en ga zo maar door. Maar het hele gebouw was doordrongen van een soort mist. Je kon de contouren van verschillende objecten onderscheiden, maar niets was echt scherp en helder zichtbaar. Toen ik me afvroeg waar die mist voor stond, gaf God me direct één helder, duidelijk woord: compromis.

In de hedendaagse Kerk zijn de belangrijkste morele en leerstellige Bijbelse waarheden, die zo helder en onomwonden beschreven staan in het Nieuwe Testament, vervaagd, vertroebeld en ineffectief geworden. In 1 Korinthiërs 6:9-10 zei Paulus: Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaar, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven. Toch zit de Kerk vandaag vol met mensen die al dit soort zonden begaan, en desondanks zich er nauwelijks zorgen over lijken te maken. Sterker, soms scheppen ze er zelfs over op.

Een kerklid lag in het ziekenhuis, stervend aan de ziekte aids, die hij had opgelopen door homoseksualiteit. Toen ontving hij Christus en kreeg een Nieuwe Testament. Nadat hij in het Nieuwe Testament gelezen had, stuurde hij een urgent bericht naar de persoon die hem tot Christus had geleid: ,,Wil je alsjeblieft komen en met me bidden. Ik heb bevrijding nodig. Ik heb nooit geweten dat de homoseksuele leefstijl die ik had verkeerd was!’’

Wat me echter het meest choqueerde, en nu nog steeds, is het besef dat vele christenen voortdurend geconfronteerd worden met een valse voorstelling van wat christen-zijn inhoudt. Een christendom dat geen ruimte heeft voor het kruis, een christendom met de oproep tot nederigheid, levensheiliging en offerbereid leven, maar zonder dat Jezus echt een rol speelt. Hoe verschrikkelijk om me te realiseren dat mensen, die misleid zijn door zo’n presentatie van het Evangelie, misschien wel nooit het echte, ware Evangelie zullen horen!

Hoe reageer je?

Toch is er binnen de Kerk nog steeds een overblijfsel van oprechte, toegewijde discipelen van Jezus. Als wij daarbij horen, hoe wil God dan dat wij reageren op de huidige crisis waar de Kerk wereldwijd doorheen gaat?

Eén belangrijk en helder antwoord vinden we in 2 Kronieken 7:14: Als mijn volk, waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen. De zinsnede ‘mijn volk, waarover mijn naam is uitgeroepen’, slaat volgens mij op alle christenen (die dus de naam van Christus over hun leven hebben ontvangen).

Minstens 30 jaar lang heb ik dit Bijbelvers vele malen gebruikt en toegepast in mijn Bijbelonderwijs, maar recent realiseerde ik me voor het eerst iets schokkends! Gods volk in onze dagen heeft de eerste vereiste nooit vervuld! We hebben ons nooit werkelijk verootmoedigd! Onze hoogmoed – zowel godsdienstig als qua ras of volk – blijft als een barrière overeind staan en houdt Gods antwoord op ons gebed voor ons land en voor ons volk tegen.

Verootmoediging

Door de rechtvaardige maar strenge manier waarop God met mij is omgegaan in mijn eigen leven, heb ik de meest effectieve manier geleerd waarop we onszelf kunnen verootmoedigen. Het is heel simpel: door onze zonden te belijden. Als we regelmatig, consequent en oprecht, onze zonden aan God belijden, dan is het onmogelijk om Hem vervolgens te benaderen met een houding van hoogmoed.

Het gaat nog verder, ik heb geleerd dat God zich alleen maar heeft toegewijd aan het vergeven van de zonden die we belijden. 1 Johannes 1:9 zegt: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Onbeleden zonden zijn onvergeven zonden. Dus de barrière van hoogmoed bouwt een tweede barrière of muur op van onbeleden, dus onvergeven zonde.

De Bijbel spoort ons bovendien aan om onze zonden niet alleen aan God te belijden, maar ook aan elkaar. In Jakobus 5:16 staat; Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet... Het belijden van onze zonden aan elkaar rekent af met hoogmoed in de verticale relatie; onze hoogmoed naar God. Het belijden van onze zonden aan elkaar rekent af met trots op horizontaal vlak; onze relaties met elkaar. We kunnen een trotse houding naar anderen onmogelijk blijven volhouden, als we net onze persoonlijke zonden aan elkaar hebben beleden!

Dit principe geldt in het bijzonder in de relatie tussen echtgenoten en hun vrouwen. Zij die geregeld hun zonden naar elkaar toe belijden, zullen niet alleen komen te staan door een barrière van trots. Integendeel, ze groeien juist dichter naar elkaar toe!

Verder wil ik nog zeggen dat het belijden van zonden een essentiële voorwaarde is voor effectieve voorbede. De profeet Daniël was één van de meest rechtvaardige figuren in de Bijbel, maar toen hij voorbede wilde gaan doen voor zijn volk Israël, begon hij door zijn eigen aandeel in hun zonden te erkennen en belijden (dit kun je lezen in Daniël 9:3-13).

Ik geloof dat God van ons – christenen in de Westerse wereld, verwacht dat wij onszelf verootmoedigen voor Hem, door elkaar onze zonden te gaan belijden. Pas als we daar begonnen zijn, kunnen we gaan bidden om de genezing van ons land!

Hier moet ik echter een woord van waarschuwing aan toevoegen. Begin niet door je over te geven aan ongebreideld zelfonderzoek waarbij uiteindelijk jouw eigen ziel centraal staat…! De Heilige Geest is de ‘vinger van God’ (zie Mattheüs 12:28 en Lukas 11:20). Vraag God om Zijn vinger te plaatsen op de zonden die je moet belijden. Hij zal dat doen met onfeilbare precisie, waarschijnlijk zelfs zonden aanwijzend die jij zelf nooit als zonde had herkend!

Wees voorbereid op de komst van de Zoon des mensen door (net als Noach, die een rechtvaardig mens was en wandelde met God (Zie Genesis 6:9: Noach wandelde met God). te wandelen met God! Blijf in Gods waarheid, als de zorgen van deze wereld Gods Woord in je leven proberen te verstikken. Pas op voor zorgeloze rust als de beproeving van rijkdom op je weg komt en je onverdeelde aandacht voor de Heilige Geest en je toewijding aan Jezus als jouw Leidsman en Voorziener, onder druk zet. Sluit nooit compromissen, maar blijf in de Waarheid, verootmoedig je en belijd je zonden, zodat je kunt bidden.

Moge de Heer elk van ons helpen onze persoonlijke verantwoordelijkheid te aanvaarden en op te pakken!

Download studie als pdf

Deze onderwijsbrief is gratis te bestellen!

Het maximale aantal is 20. Neem contact met ons op als je meer onderwijsbrieven wilt bestellen.
Vul hier je e-mailadres in zodat we contact met je kunnen opnemen indien nodig.